We delen de wereld op in stoffelijke en onstoffelijke gegevens.
Indien men tastbare elementen kan waarnemen via de (5) zintuigen betekent dat stoffelijke eigenschappen materieel van aard zijn en dus moeten bestaan.
De emotie kan men toeschrijven aan de ervaring an sich die men heeft met deze materiële voorwerpen.
Op deze manier vormt men een incompleet concept rond de materie.
Daartegenover staat dat alle materie tegelijkertijd onstoffelijk van aard is.
Abstractie is niet zelf-evident maar biedt wel een waarschijnlijkheid aan.
Iets wat waar kan zijn volgens de abstracte redenatie hoeft per definitie niet in de wiskunde waar te zijn.
Abstracte redenatie en wiskunde komen samen in de rede, die de logica uitzoekt van materie.
Wil men tot een volledig concept komen dan zal men de rede met de emotie verbinden (het is geen conflicterende stijl).
Men kan dingen letterlijk voelen langsheen de zintuigen en figuurlijk aanvoelen langs abstracte weg en het bewijzen via de wiskunde als sluitsluk.
Tijd bestaat uit 4 dimensies die allen met elkaar zijn verbonden door de tijd.
Gewoonte groeit voort uit een structuur die onze logica lijkt te volgen.
Wat voor de één waar is kan voor een ander onwaar zijn, maar het bindmiddel hierin is de tijd.
Binnen de natuur bevindt zich een zeker ritme van tijd, welke circulair wordt voorgesteld.
In de circulaire voorstelling speelt de functie van herhaling en patroon een grote rol.
In de natuur is er een zekere constante maar in de constante is er eveneens temporaliteit aanwezig.
Naast veranderlijke en onveranderlijke onderdelen in de ruimte krijgen we een tijdsbesef.
Dit impliceert dat er verschillende "tijden" dienen te bestaan en deze weerspiegelen het feit van causaliteit.
Niet alleen verschillend "hier" en "nu" maar ook het "daar" en "nu" (parallel) waarin er nooit twee dezelfde tijden kunnen zijn.
Tijd is dus circulair en constant in beweging waarin de constante het individu zelf is.
Circulaire tijd beeld enkel maar een wederkerig ritme af en is vrij eenvoudig van aard.
Het ritme is steeds hetzelfde maar de afwijkingen zijn steeds anders in deze tijd waardoor de tijd hyperbolisch wordt.
In deze drie tijden waarin gewoonte zich afspeelt is de gewoonte niet meer dan gelijktijdig zijnde welke de gewoonte afbeeldt met een eerdere en een latere tijd.
Eerdere tijd zinspeelt op verleden tijd die men passief ondergaat en waarop niet ingespeelt of verandert kan worden (onveranderlijk = geschiedenis/herrinering).
Aan de keerzijde heeft men de actieve toekomstige tijd die op basis van de geest denkt over hoe de toekomst zal transformeren.
Dit automatisme overschrijft zich telkens opnieuw in het tijds-continuüm welke op de achtergrond meespeelt.
In een verleden heeft zich een dynamiek afgespeeld waardoor zij statisch wordt en zo in de geest beland.
In de toekomst heerst dan weer een bepaald statisch en stabiel gegeven, maar de toekomst is steeds in beweging en komt zo als dynamica in de geest terecht.
Men kan stellen dat "menselijke tijd" als het ware een "verdunde tijd" is, iets dat zeer klein is in een "globale continu-tijd".
Het menselijke denken bestaat uit een (ethisch) geweten en daarnaast bezitten we een bewust en onbewust onderdeel.
Bewuste keuzes zijn rationeel vormgegeven en gekaderd.
Daarnaast zijn er de onbewuste keuzes die een grotere irrationele component(en) vertegenwoordigen.
Een deel van de bewuste component valt voor een gegeven deel uit in grotere mate van irrationaliteit (onbewustheid).
Het iets en het niets hierin zijn abstracte begrippen.
Daarenboven is het onmogelijk om zich continu volledig bewust te zijn van de omgeving en het eigen gedrag.
Deelnemen introduceert het magische en mystieke terrein in het theaterstuk van het leven.
Mensen zijn in principe doorgedreven geen puur logische wezens, zij worden vertroebeld door hun verbeelding.
Er kunnen andere dimensionale krachten werken die voor ons onbegrijpelijk zijn.
Het is maar waar je verbeelding je brengt.
Verbeelding bezit onder andere emotie, ethiek, creativiteit,..., wat het tot een krachtig vat maakt van waaruit probleemstellingen kunnen aangekaart worden.
Je zou je het volgende kunnen afvragen.
Wie zegt dat je hier daadwerkelijk aanwezig bent?
Waarschijnlijk ben je hier fysiek aanwezig maar door je verbeeldingskracht kan je eveneens afwijken naar alle andere plaatsen waar je aanwezig had kunnen zijn.
Je geest is aanwezig maar door je verbeelding kan je in talloze andere fragmenten zijn waardoor je nooit echt zal arriveren.
Om tot een concept te komen richt ik de pijlen op anderen alsook op mijzelf om tot relevante informatie te komen.
We zijn hierin allemaal gefabriceerd door een westers cultureel kader waarbij individualisme vaak primeert.
Collectieve aspecten lijken hierin minder relevant te zijn en worden eerder voorgeschreven langsheen principes en regels.
Hierin wordt de maatschappij vaak onderverdeeld in vormen van “stereotypen”.
Welke een perceptie creëert over de gelaagdheid van de samenleving.
De formaliteit luidt deze verwachtingen dan ook in.
Waarin karakters hun sociale zelf improviseren en daarbij mede beïnvloed worden door sociale facetten.
Als men door introspectie het deken van stereotypen van zich kan afschudden, kan men een objectievere maatstaf bekomen in plaats van de subjectieve voorkennis.
Toch lijkt de samenleving verwrongen te zijn door zich enkel vast te klampen met vergelijkbare anderen waarbij het perspectief lijkt te vernauwen.
Vanuit de overlevingskansen lijkt het geheel steeds meer geprogrammeerd te worden.
Dit schept vaak een vertekend beeld uit het verleden, heden en eventuele toekomstige gebeurtenissen.
Deze hypothese is eerder een gemoedstoestand waarin de tijd verkeert.
In dit gegeven probeert men zichzelf te gidsen vanuit een bepaald ideaalbeeld of hoe de dingen zich zouden moeten voordoen.
Zo tracht iedereen zich in een snel tempo en veranderlijke wereld te presenteren.